Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014
Onder 1 Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2002.
Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a van het Wetboek van Strafvordering, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen (vgl. HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af, en de alinea staat in dat document op bytes 27799 tot 28596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af | shasum -a 256