Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 juli 2014

Onder 9. Gerechtshof Den Haag 1 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2305.

De achtergrond van deze bepaling is dat het recht op immateriële schadevergoeding van hoogst persoonlijke aard is. Voorts is naar Nederlands recht de vergoeding van affectieschade ten principale uitgesloten (vgl. artikel 6:106 en artikel 6:108 BW). Daarin is een reden gelegen om de mogelijkheid van overgang onder algemene titel van het recht op vergoeding van immateriële schade te beperken (PG Boek 6, p. 381). Deze beperking houdt in, gezien artikel 6:106, lid 2, BW, dat slechts recht bestaat op vergoeding van immateriële schade indien de gerechtigde aan de wederpartij heeft medegedeeld op zodanige vergoeding aanspraak te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a2d8b4e30f72ab19cff55c4a92db59af204a0ad131c2a80a96745aa2773f1da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a2d8b4e30f72ab19cff55c4a92db59af204a0ad131c2a80a96745aa2773f1da, en de alinea staat in dat document op bytes 18789 tot 19441.