Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014
Alinea 37 Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2422.
Het hof stelt voorop dat indien door of namens de verdachte een beroep is gedaan op noodweer, de rechter zal moeten onderzoeken of de voorwaarden voor de aanvaarding van dat verweer zijn vervuld. Die houden naar luid van artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht in dat het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding. De vraag of een gedraging geboden is door de noodzakelijke verdediging - waarmee onder meer de proportionaliteitseis tot uitdrukking wordt gebracht - van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed leent zich niet voor beantwoording in algemene zin. Bij de beslissing daaromtrent komt mede betekenis toe aan de waardering van de feitelijke omstandigheden van het geval. Deze proportionaliteitseis strekt ertoe om niet ook dan een gedraging straffeloos te doen zijn indien zij - als verdedigingsmiddel - niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding (vgl. HR 24 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:773 en HR 8 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI3895).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8, en de alinea staat in dat document op bytes 10895 tot 12133.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8 | shasum -a 256