Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014

Alinea 44 Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2422.

Wel is het hof met het openbaar ministerie van oordeel dat het door de verdachte gekozen verdedigingsmiddel niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. Van de verdachte had in redelijkheid mogen worden gevergd dat hij zich op een minder ingrijpende wijze tegen de hierboven beschreven aanranding zou hebben verdedigd. De verdachte had het mes immers inmiddels in handen en was daarmee in het voordeel. Hij had het slachtoffer met het mes kunnen bedreigen en ofwel het slachtoffer aldus kunnen dwingen de voordeur te openen ofwel kunnen proberen de woning – zoals, naar achteraf bleek, [neef van het slachtoffer] had gedaan - op een andere wijze dan via de voordeur te verlaten. In plaats daarvan heeft hij er evenwel voor gekozen het slachtoffer met het mes zestien maal te steken en/of te snijden, waarmee hij ver buiten de grenzen van een noodzakelijke verdediging is getreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8, en de alinea staat in dat document op bytes 16450 tot 17367.