Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014
Alinea 53 Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2422.
Op grond van vorenstaande uitlatingen stelt het hof vast dat bij de verdachte als gevolg van de aanranding weliswaar een gemoedsbeweging is teweeggebracht, maar dat deze niet als hevig valt aan te merken. Maar zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat er wel van een hevige gemoedsbeweging sprake is geweest, komt het hof tot het oordeel dat de verdachte zich niet met vrucht op de hier besproken schulduitsluitingsgrond van artikel 41, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht kan beroepen, aangezien het hof, gelet op de beperkte intensiteit van de veronderstelde hevige gemoedsbeweging en gegeven de verregaande mate waarin de verdachte de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden, niet aannemelijk acht dat die gemoedsbeweging voor de gedraging van de verdachte – het tot zestien maal toe steken en/of snijden van het slachtoffer - van doorslaggevend belang is geweest en derhalve niet aannemelijk acht dat deze gedraging het onmiddellijk gevolg van de veronderstelde hevige gemoedsbeweging is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8, en de alinea staat in dat document op bytes 20596 tot 21642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/759d153a636c4919d6f85a829fca299e844e76cbce6599f3dcaee910e3d9fff8 | shasum -a 256