Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 juli 2014
Alinea 140 Gerechtshof Den Haag 25 juli 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2531.
7.2.2. Dat standpunt snijdt geen hout, reeds omdat bij de heffing van belasting bij wege van voldoening op aangifte de belastingplichtige geen enkele vrijheid heeft het bedrag naar eigen inzicht of goeddunken te bepalen. In het verlengde hiervan is de voldoening op aangifte in artikel 26, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), gelijkgesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking en is aan de belanghebbende die belasting op aangifte heeft voldaan in artikel 26a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Awr uitdrukkelijk het recht toegekend beroep in te stellen. In deze bepalingen, in samenhang met artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht, is de rechtsbescherming vervat voor de belastingplichtige, die belasting op aangifte heeft voldaan en die wijkt niet af van de rechtsbescherming die andere fiscaal bezwaar- en beroepsgerechtigden wordt geboden. Het Hof verwerpt het standpunt van de Inspecteur dan ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd83da69fc90b8d21453059ad3b5245eb61343ee78c9cd58a040d08e3a064b55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd83da69fc90b8d21453059ad3b5245eb61343ee78c9cd58a040d08e3a064b55, en de alinea staat in dat document op bytes 33905 tot 34864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd83da69fc90b8d21453059ad3b5245eb61343ee78c9cd58a040d08e3a064b55 | shasum -a 256