Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 juli 2014

Alinea 141 Gerechtshof Den Haag 25 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2531.

7.3. Belanghebbende wenst vergoeding van de in werkelijkheid gemaakte proceskosten, gesteld op € 3.875, te weten € 1.000 voor bezwaar, € 1.500 voor beroep en € 1.375 voor hoger beroep. Het Hof heeft belanghebbende ter zitting in de gelegenheid gesteld hierop een toelichting te geven, maar die toelichting is onvoldoende concreet omtrent de aard en de omvang van relevante elementen van de kosten. Hierdoor kan niet worden getoetst of de gepretendeerde kosten, mede gelet op eventuele bijzondere omstandigheden, ten behoeve van respectievelijk het bezwaar, het beroep en het hoger beroep in redelijkheid zijn gemaakt. Mitsdien kan het Hof niet overgaan tot veroordeling van de Inspecteur in de werkelijke proceskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd83da69fc90b8d21453059ad3b5245eb61343ee78c9cd58a040d08e3a064b55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd83da69fc90b8d21453059ad3b5245eb61343ee78c9cd58a040d08e3a064b55, en de alinea staat in dat document op bytes 34921 tot 35661.