Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 juni 2014

Onder 2 Gerechtshof Den Haag 24 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2807.

39. Het is niet gesteld of gebleken dat geïntimeerden een beroep hebben gedaan op hun legitieme portie. Evenmin is gebleken dat appellante verplicht zou zijn tot inbreng van giften in de nalatenschap van erflater. Voor de periode voor het overlijden van erflater is appellante ook geen rekening en verantwoording schuldig over het mogelijke beheer van het vermogen van erflater. Erflater was vlak voor zijn overlijden nog praktiserend [beroep] en naar objectieve maatstaven heeft het hof niet kunnen vaststellen dat erflater niet zijn wil kon bepalen. Ook voor de notarissen die betrokken zijn geweest bij het passeren van het testament van erflater in mei 2008 was er geen aanleiding om hun dienst te weigeren. Zij hebben zelfs schriftelijk verklaard dat erflater wist wat hij deed. Dat erflater bij leven veel met appellante heeft gereisd en voor haar wellicht veel kosten heeft betaald behoort tot de vrijheid van erflater waarover de kinderen van erflater geen zeggenschap hebben. Een ieder (erflater incluis) die zelf zijn wil kan bepalen heeft ook de vrijheid om zijn vermogen uit te geven aan die dingen waarvan hij/zij dat wenst. Dat geïntimeerden daarin zijn teleurgesteld doet daaraan niet af. Er kan dan ook geen sprake zijn van een verplichting van appellante tot opgave van giften en dergelijke.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b74376034e69787a2ff2564985e0def24d2651425d8700bff719d177ad7cf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b74376034e69787a2ff2564985e0def24d2651425d8700bff719d177ad7cf1, en de alinea staat in dat document op bytes 32549 tot 33872.