Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 februari 2014

Onder 2 Gerechtshof Den Haag 18 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2848.

15. [geïntimeerde] had van alle erfgenamen kunnen verlangen dat zij hun medewerking zouden verlenen aan het opstellen van een notariële boedelbeschrijving met betrekking tot de nalatenschap van erflater. Dit recht komt haar op basis van de wet toe, echter van dit recht heeft zij geen gebruik gemaakt. Indien alle vereffenaren, waaronder [geïntimeerde] zelf, kort na het overlijden van erflater, zich hadden gekweten van hun verplichting tot boedelbeschrijving dan wel om een (notariële) boedelbeschrijving hadden verzocht, was wellicht een 32 jaar durende afwikkeling van de boedel van erflater voorkomen. Kennelijk hebben zij de aangifte voor het recht van successie die namens alle erfgenamen is gedaan als zodanig aangemerkt. Mede bezien de aard en omvang van de boedel en de door erflater tijdens zijn leven opgerichte rechtspersonen met internationale aspecten waaraan hij vermogen heeft overgeheveld, had ook [geïntimeerde] kunnen verwachten dat de afwikkeling van de boedel van erflater niet eenvoudig was. Het afwikkelen van de boedel van erflater vereist kennis op het gebied van het erfrecht en het (internationaal) vennootschapsrecht. Dat de erfgenamen die kennis ontberen wijst de onderhavige procedure uit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e9dbbe3c6a37adc40c022d68adcebb2c917d30c268f8ef5db7a6f07469c1efa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e9dbbe3c6a37adc40c022d68adcebb2c917d30c268f8ef5db7a6f07469c1efa, en de alinea staat in dat document op bytes 16957 tot 18196.