Citaat | Gerechtshof Den Haag 13 augustus 2014

Alinea 104 Gerechtshof Den Haag 13 augustus 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 13 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3024.

8.6. Hoewel belanghebbende niet van de plicht is ontslagen om zich op de hoogte te stellen van het ter plaatse geldende parkeerregime en door een onderzoek in de directe omgeving van de tandartsenpraktijk de parkeerautomaat derhalve had kunnen opmerken, doet de voor het eerst voorkomende bebording op de hoek van de [c-straat], met daarop een P en een tekening van een hand die een munt in een gleuf werpt, veronderstellen dat dit slechts geldt voor de [c-straat], maar niet voor de [a-straat]. Daar komt bij dat de term ”vergunninghouders” op de bebording en de gehanteerde formulering ”dagkaart vergunningplaatsen” door de modale belastingplichtige niet zal worden geassocieerd met de mogelijkheid om bij een incidenteel bezoek te parkeren tegen betaling van betaaldparkerenbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/554e191cb625a0521ea946baf80d0cdb291061d77c8251f3ebded02baa27d673. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 554e191cb625a0521ea946baf80d0cdb291061d77c8251f3ebded02baa27d673, en de alinea staat in dat document op bytes 30202 tot 31011.