Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 oktober 2014
Onder 7. Gerechtshof Den Haag 8 oktober 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3261.
Het hof overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:253a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, die kan omvatten een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken. Vast staat dat de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling reeds enige tijd loopt. Het hof kan echter thans niet beoordelen of die regeling in het belang van de minderjarigen is. Partijen zijn ieder een andere mening toegedaan over welke zorgregeling het meest in het belang van de minderjarigen is. Vanwege de hevige strijd tussen de ouders, die het hof ook ter zitting heeft waargenomen, dreigen de kinderen klem en verloren te raken. Partijen staan in hun standpunten lijnrecht tegenover elkaar waarbij zij de belangen van de minderjarigen uit het oog dreigen te verliezen. Zo maakt de vrouw zich ernstig zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige sub 1], terwijl de man ter zitting van het hof heeft medegedeeld dat hij [de minderjarige sub 1] ervaart als een vrolijk kind zonder problemen. Het hof acht zich dan ook niet in staat om thans reeds tot een definitieve beslissing te komen over een zorgregeling. Om die reden zal het hof de raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam, verzoeken onderzoek te doen naar de vraag welke zorgregeling het meest in het belang van de minderjarigen is en het hof daarover te rapporteren en te adviseren. De raad dient bij dit onderzoek de sociale omgeving van partijen en de minderjarigen te betrekken. Gebleken is dat partijen vergeefs drie pogingen hebben ondernomen om door middel van mediation tot een oplossing van hun geschillen te komen. Gelet op de aard van de zaak merkt het hof op dat het de raad vrij staat, indien daartoe aanleiding wordt gezien, een beschermingsonderzoek te verrichten. Het hof ziet in dit stadium (voornamelijk vanwege de strijd tussen de ouders) geen meerwaarde in de benoeming van een bijzondere curator maar laat het aan de raad over om te bezien of een eventuele benoeming van een bijzondere curator in het onderzoek wordt betrokken dan wel in het belang van de minderjarigen wordt geacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72dc6525c76e699dbc73d49cf083c1a6cbf7c2bca14e6e6208faa2a32bf6da42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72dc6525c76e699dbc73d49cf083c1a6cbf7c2bca14e6e6208faa2a32bf6da42, en de alinea staat in dat document op bytes 17916 tot 20144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72dc6525c76e699dbc73d49cf083c1a6cbf7c2bca14e6e6208faa2a32bf6da42 | shasum -a 256