Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2014

Alinea 51 Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 oktober 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3435.

Het hof is van oordeel dat van de verdachte niet kon worden verlangd dat hij zich na de woordenwisseling onttrok aan de (dreigende) escalerende situatie (op het moment dat het slachtoffer naar zijn kamer liep) door de woning te verlaten. Daarbij komt voor het hof mede betekenis toe aan het gegeven dat verdachte zich in zijn eigen woning bevond en het naar het oordeel van het hof gerechtvaardigd was dat hij zijn kamer verliet om [slachtoffer] aan te spreken op het verstoren van de nachtelijke rust. Bij de latere ogenblikkelijke aanranding (op het moment dat het slachtoffer met de machete opgeheven boven zijn hoofd op de verdachte af kwam) had hij geen reële uitweg meer. Het hof acht het niet aannemelijk dat de verdachte toen zijn woning nog kon verlaten dan wel zich in de woning kon onttrekken op het moment van de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer. Gezien de beschreven dreigende situatie en het uiterst korte tijdsbestek kon in de gegeven omstandigheden in redelijkheid niet van de verdachte gevergd worden dat hij de trap naar beneden of naar de derde verdieping nam, of naar de keuken vluchtte. Hij zou dan immers tevens zijn rug naar het slachtoffer hebben moeten keren, hetgeen de verdachte extra kwetsbaar zou maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6abe2d2102da8f72bdd19ac0ec87cd699c683d423afb74de36890d4144eca6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6abe2d2102da8f72bdd19ac0ec87cd699c683d423afb74de36890d4144eca6d, en de alinea staat in dat document op bytes 16787 tot 18066.