Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 november 2014

Alinea 86 Gerechtshof Den Haag 12 november 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 november 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3736.

15. Met de man is het hof van oordeel dat de vrouw niet heeft aangetoond dat partijen tijdens het bestaan van de gemeenschap een lening zijn aangegaan bij haar zus van € 10.000,-. Ter zitting heeft de vrouw verklaard het geld in 2011 van haar zus te hebben geleend en de precieze datum daarvan niet meer te weten. In onder meer haar verweerschrift in hoger beroep staat echter dat zij de lening in 2009 is aangegaan. Een verklaring van de vrouw en haar zus over het bestaan van deze lening die zou zijn opgemaakt op 1 juli 2012, is eerst bij brief van 24 juli 2013 door de vrouw in het geding gebracht. De lening is niet opgenomen in haar IB-aangiften. Voorts stelt de vrouw dat zij de terugbetaling aan haar zus in fasen contant heeft gedaan. In de overgelegde verklaring van 1 juli 2012, ondertekend door de vrouw en haar zus (productie K bij brief van 24 juli 2013), staat echter: “Het totaal bedrag van € 10.000,- is terug betaald aan mevr. [zus] op 25 juni 2012 via de rekening.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7e45fa0dd64285bc0a93de078270024b0c7be83403d37c9a9916d569459377a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7e45fa0dd64285bc0a93de078270024b0c7be83403d37c9a9916d569459377a, en de alinea staat in dat document op bytes 26781 tot 27799.