Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 november 2014

Alinea 93 Gerechtshof Den Haag 12 november 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 november 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3736.

21. In incidenteel appel stelt de vrouw dat, gezien de uitdrukkelijke ontkenning van de man dat hij onroerend goed in [land] bezit, sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3:194 lid 2 BW. Op grond van zijn verzwijging en ontkenning verbeurt de man zijn aandeel derhalve aan de vrouw. De vrouw verzoekt het hof aldus te bepalen, dan wel subsidiair te bepalen dat taxatie en verdeling van zowel de Noordelijke als de Zuidelijke helft van het onroerend goed dient plaats te hebben op de door de rechtbank voorgeschreven wijze. In de taxatie dient de verhuurprijs van de winkelpanden betrokken te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7e45fa0dd64285bc0a93de078270024b0c7be83403d37c9a9916d569459377a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7e45fa0dd64285bc0a93de078270024b0c7be83403d37c9a9916d569459377a, en de alinea staat in dat document op bytes 30173 tot 30796.