Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 december 2014

Onder 3.6 Gerechtshof Den Haag 9 december 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4216.

VPR c.s. hebben voorts een beroep gedaan op de strekking van art. 7.1 van het Convenant. Volgens VPR c.s. is die strekking dat voorkomen dient te worden dat de opbrengst van de eerste veiling, die aan [appellanten 1 t/m 26] toekomt, nadelig wordt beïnvloed door de komst van nieuwe verkooppunten. Dat zou volgens hen ook gelden voor het toelaten van nieuwe laadpunten. Het hof is echter van oordeel dat de eventuele omstandigheid dat de veilingopbrengst negatief kan worden beïnvloed door de komst van laadpunten op dezelfde verzorgingsplaats, op zichzelf onvoldoende is om aan te nemen dat elektriciteit ook door de bepalingen van het Convenant wordt bestreken. Daarvoor zou op zijn minst nodig zijn dat partijen bij de totstandkoming van het Convenant rekening hebben gehouden met de komst van nieuwe energiebronnen voor de aandrijving van auto’s en daarvoor een regeling hebben willen treffen, maar daarvan blijkt niet. Daar komt bij dat het hof er voorshands niet van overtuigd is dat in dit geval sprake is of zal zijn van een merkbare negatieve invloed op de waarde van de aan [appellanten 1 t/m 26] verleende concessies. [appellanten 1 t/m 26] hebben er zelf immers geen blijk van gegeven een meer dan marginale interesse te hebben in de exploitatie van laadpunten als aanvullende voorziening (de Staat heeft onweersproken gesteld dat tot 27 oktober 2014 negen aanvragen door VPR-leden zijn ingediend), terwijl het hof hiervoor heeft overwogen dat niet aannemelijk is dat zij die interesse wel zouden hebben gehad voor laadpunten als basisvoorziening. Het voorgaande betekent dat de tankstations van [appellanten 1 t/m 26] in beginsel niet (rechtstreeks) concurreren met de door de nieuwe concessiehouders te exploiteren laadpunten. Hooguit zou voor de zeer beperkte groep van ‘plug-in hybrids’ sprake kunnen zijn van enige concurrentie. Of dit inderdaad tot een negatieve invloed op de veilingopbrengst zal leiden is naar het voorlopig oordeel van het hof op dit moment zodanig ongewis dat daaraan in dit kort geding geen gevolgen kunnen worden verbonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d96d7810fe9cc2c851de9dc187b2affc6dbaffc58fbe1a5cf8d8669a11b3678. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d96d7810fe9cc2c851de9dc187b2affc6dbaffc58fbe1a5cf8d8669a11b3678, en de alinea staat in dat document op bytes 31737 tot 33821.