Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 december 2014

Onder 3.11 Gerechtshof Den Haag 9 december 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4216.

VPR c.s. hebben overigens ter ondersteuning van hun betoog geen specifieke argumenten ontleend aan de Benzinewet of de parlementaire geschiedenis van die wet. Ook het hof ziet in de tekst of de parlementaire geschiedenis van de Benzinewet geen aanleiding over de begrippen ‘locatie’ en ‘motorbrandstoffen’ in die wet anders te oordelen dan over diezelfde begrippen in het Convenant. Uit de wetsgeschiedenis van die wet blijkt ook dat die wet “naar reden van bestaan, inhoud en vorm geheel wordt bepaald door het Convenant (…)” (Tweede Kamer, 2004-2005, 29 951 nr. 3 p. 5). Ook bij de formulering van het locatiebeleid is aangesloten bij het bepaalde in art. 7 Convenant (Tweede Kamer, 2004-2005, 29 951, nr. 3 p. 24).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d96d7810fe9cc2c851de9dc187b2affc6dbaffc58fbe1a5cf8d8669a11b3678. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d96d7810fe9cc2c851de9dc187b2affc6dbaffc58fbe1a5cf8d8669a11b3678, en de alinea staat in dat document op bytes 36889 tot 37633.