Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 april 2014
Alinea 54 Gerechtshof Den Haag 1 april 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4599.
7. De grieven 8 tot en met 10 lenen zich voor gezamenlijke bespreking. Zij keren zich tegen het oordeel van de rechtbank dat tussen [A-naam] Beheer als schuldeiser en [appellant] als schuldenaar een overeenkomst van geldlening tot stand is gekomen. In zijn toelichting op die grieven stelt [appellant] allereerst dat [E-naam] op een aantal punten niet de waarheid heeft gesproken. Aangezien [appellant] deze stelling slechts toelicht door erop te wijzen dat hij op bedoelde punten anders heeft verklaard, moet zijn stelling als onvoldoende gemotiveerd van de hand worden gewezen. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat [appellant] weliswaar bij akte een gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan doch dat hij daarbij niet heeft aangeboden om [E-naam] opnieuw als getuige te doen horen, laat staan onder vermelding dat deze getuige meer of anders zou kunnen verklaren dan hij al had gedaan, meer precies dat een confrontatie met de beweerdelijke onjuistheden tot een nadere verklaring in het voordeel van [appellant] zou leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a889ee8b1b2a0e80c5c3e8b1b9d977fec87d62fef8588dbed13123005c57aaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a889ee8b1b2a0e80c5c3e8b1b9d977fec87d62fef8588dbed13123005c57aaa, en de alinea staat in dat document op bytes 14739 tot 15779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a889ee8b1b2a0e80c5c3e8b1b9d977fec87d62fef8588dbed13123005c57aaa | shasum -a 256