Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 januari 2014

Alinea 32 Gerechtshof Den Haag 28 januari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:75.

2.3 Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat ook de bevoegdheid van de burger om bij de overheid aanvragen en verzoeken in te dienen kan worden misbruikt, en dat het dientengevolge mogelijk is dergelijk misbruik, als zijnde een onrechtmatige daad, in kort geding te doen verbieden, zij het dat de burgerlijke rechter, gezien het fundamentele karakter van die bevoegdheid van een burger een geschil aan de overheid voor te leggen en mede gelet op art. 6 EVRM, daarbij terughoudendheid dient te betrachten. Aan een dergelijk verbod staat niet in de weg dat in de Awb, buiten de gevallen voorzien in art. 4:5 Awb, geen voorziening is opgenomen om een eenmaal ingediend verzoek niet in behandeling te nemen. De gemeente vordert in dit kort geding niet dat ingediende verzoeken niet worden behandeld, maar dat aan het indienen zelf beperkingen worden gesteld, een resultaat dat op grond van de Awb niet kan worden bewerkstelligd. Van een ongeoorloofde doorkruising van het systeem van de Awb is dan ook geen sprake. Hierover zou slechts anders kunnen worden gedacht indien uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Awb naar voren zou komen dat op dit gebied voor aanvullende bescherming door de burgerlijke rechter geen ruimte bestaat, maar uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 4:5 Awb blijkt daarvan niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21fb0b775adfec30514119cb66ca84e8ca717b68ff3e62335417120d317bde83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21fb0b775adfec30514119cb66ca84e8ca717b68ff3e62335417120d317bde83, en de alinea staat in dat document op bytes 11481 tot 12817.