Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 januari 2014

Onder 3.2 Gerechtshof Den Haag 28 januari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:88.

In hoger beroep – meer in het bijzonder in punt 796 MvA en de punten 141 (bij f), 148 en 149 PA – heeft Brein een aantal bewijsaanbiedingen gedaan. Daarbij is het woord ‘getuigen’ niet genoemd en is evenmin gerefereerd aan personen die als getuigen zouden kunnen optreden. Ten aanzien van de in dit geding ter discussie staande feiten is getuigenbewijs – dat betrekking moet hebben op aan de getuige uit eigen waarneming bekende feiten (artikel 163 Rv) – niet een voor de hand liggend bewijsmiddel. Gezien dit een en ander kunnen genoemde aanbiedingen niet worden opgevat als strekkend tot levering van (tegen-)bewijs door middel van getuigen, maar moeten deze worden beschouwd als strekkend tot levering van schriftelijk (tegen-)bewijs. Dergelijk bewijs, zoals de in punt 148 van Breins PA genoemde deskundigenrapporten/berichten, had Brein evenwel al eerder, uit eigen beweging en zonder voorafgaande toestemming van het hof, kunnen overleggen. Het hof ziet geen aanleiding om Brein de gelegenheid te bieden alsnog schriftelijk bewijs bij te brengen. Opmerking verdient nog dat Brein ook geen verzoek als bedoeld in artikel 200 Rv tot het doen horen van partij-deskundigen, heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c2a093c9c2b0e10277b62ae532eb7d6d9d8cdde1e117172c7938559cebb1c91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c2a093c9c2b0e10277b62ae532eb7d6d9d8cdde1e117172c7938559cebb1c91, en de alinea staat in dat document op bytes 17737 tot 18952.