Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 januari 2015

Alinea 93 Gerechtshof Den Haag 28 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:102.

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2015 – conform de door haar overgelegde pleitaantekeningen – op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de op de dagvaarding met parketnummer 09-753041-12 onder 2 en 3 ten laste gelegde pogingen tot doodslag van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Daartoe heeft zij kort gezegd aangevoerd dat de verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt. De verdachte heeft geen uitvoeringshandeling verricht en heeft op geen enkele wijze een bijdrage geleverd aan het door [medeverdachte 1] geloste schot op de politieauto. De verdachte werd er door overvallen, omdat het schot geen onderdeel was van hun vluchtplan. Er was juist afgesproken dat niet zou worden geschoten. De raadsvrouw concludeert dat de verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op het delict gepleegd door [medeverdachte 1] en evenmin op het medeplegen van dat delict.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75e436c2fd0c6f7f5e20c232c7799c47052497bb66a3bcc873e5af4260ca68e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75e436c2fd0c6f7f5e20c232c7799c47052497bb66a3bcc873e5af4260ca68e8, en de alinea staat in dat document op bytes 32333 tot 33328.