Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Alinea 28 Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1096.

(iii) Wat betreft de vraag of [appellant ] is optreden als effectenbemiddelaar in de zin van art. 7 lid 1 in verbinding met art. 1, aanhef en onder b, Wte 1995 is het volgende van belang. Hoewel louter adviseren geen effectenbemiddeling is, omvat het begrip wel onder meer het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot effecten voor rekening van beleggers, het uitvoeren van dergelijke orders, het aanbrengen van cliënten (ook bij andere effectenbemiddelaars), alsmede het aanbieden van effecten - bedoeld zal zijn: van effectenbemiddeling, opm. hof - (het voortraject) zonder dat daadwerkelijk een transactie tot stand komt. Van belang is voorts dat art. 7 lid 1 Wte 1995, dat verbiedt zonder vergunning als effectenbemiddelaar in of vanuit Nederland diensten aan te bieden of te verrichten, een ruime strekking heeft en beoogt bescherming te bieden aan een ieder die met betrekking tot effecten transacties aangaat waardoor hij met betrekking tot die effecten beleggersbelang krijgt (rov. 3.8.2). Gelet hierop en op hetgeen omtrent de activiteiten van [appellant ] is aangevoerd, is het oordeel van het Amsterdamse hof dat [appellant ] niet kan worden aangemerkt als effectenbemiddelaar in de zin van de Wte 1995 onjuist althans onvoldoende gemotiveerd (rov. 3.8.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bcaf96cb50ae2177b03c8004f83e9ab9c1b6b81e046b90b2359d2a6d58dbda2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bcaf96cb50ae2177b03c8004f83e9ab9c1b6b81e046b90b2359d2a6d58dbda2, en de alinea staat in dat document op bytes 10515 tot 11812.