Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Alinea 35 Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1096.

6. Na de verwijzing door de Hoge Raad heeft [appellant ] als nieuw punt opgeworpen dat de schuldbekentenissen geen effecten zijn in de zin van de Wte 1995. Daarbij geeft hij meteen toe dat de vraag of sprake is van effecten ‘in het processuele debat […] niet verder [is] uitgediept’, doch naar zijn mening laat HR 28 oktober 2011, LJN BQ5986 er geen misverstand over bestaan dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord. Waar hij echter aan voorbijgaat is dat door hem geen grief is aangevoerd tegen de vaststelling door de rechtbank dat sprake is van effecten, waardoor bedoelde vraag in hoger beroep niet meer aan de orde is. Gewezen wordt op overweging 4.4.1. van het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, inhoudende: ‘Met de rechtbank is het hof van oordeel – tegen dit oordeel is overigens ook geen grief gericht – dat de door [betrokkene 1] uitgegeven schuldbekentenissen effecten zijn in de zin van de [..] (Wte).’ De juistheid van die overweging (waarnaar in het arrest van de Hoge Raad onder 3.3.3 wordt verwezen) is in cassatie niet bestreden, ook niet voor zover het betreft de - terechte - constatering dat geen grief is gericht tegen het desbetreffende oordeel van de rechtbank (vonnis van 6 juni 2007, 5.1). Slechts ten overvloede wordt overwogen: (a) dat de onderhavige schuldbekentenissen inderdaad als effecten kwalificeren (vgl. hetgeen daarover is overwogen in CBB 12 juni 2007, LJN BA7366 / JOR 2007,187, m.nt. Grundmann-van de Krol); (b) dat, anders dan [appellant ] meent, het Hoge Raad-arrest van 28 oktober 2011 (meer speciaal overweging 3.5.3.) niet noopt tot een ander oordeel, reeds omdat in de onderhavige zaak niet in geschil is dat de leningen zijn aangegaan als (Intershare)beleggingen (vgl. ook 3 (iv) van het verwijzingsarrest) en (c) dat ook indien dit alles anders zou zijn en [appellant ] dus niet art. 7, lid 1, Wte 1995 heeft overtreden, zijn handelen, zoals hierna nader zal worden overwogen en beslist, jegens [geïntimeerde 2] c.s. in strijd is met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bcaf96cb50ae2177b03c8004f83e9ab9c1b6b81e046b90b2359d2a6d58dbda2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bcaf96cb50ae2177b03c8004f83e9ab9c1b6b81e046b90b2359d2a6d58dbda2, en de alinea staat in dat document op bytes 14997 tot 17116.