Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Alinea 41 Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1096.

(iii) [appellant ] heeft tegenover anderen, onder wie [geïntimeerde 1] , enthousiast verhaald over de uitstekende beleggingsresultaten die hij wist te behalen met zijn leningen aan [betrokkene 1] . Als getuige gehoord in de strafzaak tegen [betrokkene 1] heeft hij hierover verklaard: ‘Privé leende ik geld aan [betrokkene 1] en ik kreeg daar een rentevergoeding voor. Ik kreeg 4% per maand van hem. [..] Ik was er enthousiast over. Mensen wilden daardoor ook geld gaan uitlenen aan [betrokkene 1] en daar was ik dan tussenpersoon voor.’ Opmerkelijk is dat namens [appellant ] bij gelegenheid van het laatste pleidooi is ontkend dat hij met [geïntimeerde 1] heeft gesproken over de mogelijkheid om geld te lenen aan [betrokkene 1] . Die ontkenning laat zich slecht rijmen met de stelling van [appellant ] (c.v.a. onder 20) dat hij ook zelf in zijn vriendenkring enthousiaste verhalen over zijn (door [betrokkene 1] gerealiseerde) beleggingsresultaten heeft verteld en dat aan die ‘gesprekken werd deelgenomen door [..] [geïntimeerde 1] ’. Nu is het natuurlijk mogelijk dat eerdere stellingen/erkenningen op een vergissing berusten, maar dat daarvan sprake is, is gesteld noch gebleken. Om dan toch zonder enige toelichting tegenstrijdige standpunten in te nemen, getuigt niet van een consistente proceshouding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bcaf96cb50ae2177b03c8004f83e9ab9c1b6b81e046b90b2359d2a6d58dbda2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bcaf96cb50ae2177b03c8004f83e9ab9c1b6b81e046b90b2359d2a6d58dbda2, en de alinea staat in dat document op bytes 20711 tot 22049.