Citaat | Gerechtshof Den Haag 19 mei 2015
Alinea 40 Gerechtshof Den Haag 19 mei 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 19 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1442.
10. Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de wrakingskamer van oordeel dat ten aanzien van mrs. Hoekzema en Rang niet van omstandigheden is gebleken die een aanwijzing opleveren dat sprake is van vooringenomenheid of van schijn van vooringenomenheid. Daartoe wordt overwogen dat de (rol)beslissingen die de rolraadsheren na de wrakingsbeslissing van 8 januari 2015 hebben genomen, de administratieve voortgang van de hoofdzaak en niet een inhoudelijk oordeel over die zaak, betreffen. Daar de zaak inmiddels ingevolge artikel 344 Rv naar de meervoudige kamer (de zittingscombinatie) was verwezen, is het inhoudelijk oordeel (uiteindelijk) aan die combinatie. De omstandigheid dat in die voortgang van de zaak een en ander niet geheel vlekkeloos is gelopen - hetgeen
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bae4fd28458d6d277ace9f7fef7ac76573d0dad43c88ace8268efd84a808dbd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bae4fd28458d6d277ace9f7fef7ac76573d0dad43c88ace8268efd84a808dbd6, en de alinea staat in dat document op bytes 15380 tot 16192.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bae4fd28458d6d277ace9f7fef7ac76573d0dad43c88ace8268efd84a808dbd6 | shasum -a 256