Citaat | Gerechtshof Den Haag 19 mei 2015
Alinea 45 Gerechtshof Den Haag 19 mei 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 19 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1442.
In het onderhavige geval echter speelt de bijzondere omstandigheid dat het geschil in de hoofdzaak tussen [verzoekster] en [wederpartij in hoofdzaak] een ontslagkwestie betreft waarin het gaat om het al dan niet naar behoren functioneren van [verzoekster] als advocaat (-stagiaire). De door mr. Van der Kwaak in de e-mail van 13 januari 2015 vermelde kwalificaties gaan over het functioneren van [verzoekster] als advocaat en kunnen onder deze omstandigheden moeilijk los worden gezien van de beoordeling van [verzoekster] in de hoofdzaak, waarbij het immers haar ontslag als advocaat (-stagiaire) betreft. Onder deze omstandigheden, juist ook gelet op het stadium waarin de hoofdzaak zich bevindt, hebben de uitlatingen van mr. Van der Kwaak, mede namens mrs. Dun en Meijer, bij [verzoekster] de indruk kunnen wekken dat sprake is van vooringenomenheid van die raadsheren jegens haar, althans de bij haar bestaande vrees daarvoor acht het hof naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bae4fd28458d6d277ace9f7fef7ac76573d0dad43c88ace8268efd84a808dbd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bae4fd28458d6d277ace9f7fef7ac76573d0dad43c88ace8268efd84a808dbd6, en de alinea staat in dat document op bytes 17383 tot 18383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bae4fd28458d6d277ace9f7fef7ac76573d0dad43c88ace8268efd84a808dbd6 | shasum -a 256