Citaat | Gerechtshof Den Haag 27 mei 2015

Alinea 116 Gerechtshof Den Haag 27 mei 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 27 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1617.

20. In artikel 27e van de Awr is bepaald dat indien niet de vereiste aangifte is gedaan, de rechtbank het beroep ongegrond dient te verklaren tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is (omkering en verzwaring van de bewijslast). Volgens vaste jurisprudentie heeft een belastingplichtige niet de vereiste aangifte als hier bedoeld gedaan, indien hij een te laag bedrag in de aangifte heeft aangegeven en indien dat bedrag zowel absoluut als relatief aanzienlijk is en de belastingplichtige dat wist of zich daarvan bewust moet zijn geweest. Het is aan verweerder om aannemelijk te maken dat de echtgenote niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Daartoe wijst verweerder onder meer op bankafschriften van [… 2] Jersey, op het bestaan en het vermogen van de Trust en de Ltd., op het vermogen in de Stichting, op andere buitenlandse bankrekeningen (o.a. bij [… 2] Antwerpen, bij [… 2] Bank en in Zwitserland), op een buitenlands effectendepot en op onroerende zaken en landerijen die tot het vermogen van erflater behoorden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abfd439a42819a65e39249c13c1e96729f82a221baa990fb0335abc58d417108. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abfd439a42819a65e39249c13c1e96729f82a221baa990fb0335abc58d417108, en de alinea staat in dat document op bytes 30789 tot 31858.