Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 maart 2015

Alinea 119 Gerechtshof Den Haag 24 maart 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1669.

63. In artikel 4 van de huwelijkse voorwaarden is voorts het navolgende opgenomen: “Na het eindigen van het deelgenootschap kan ieder der echtgenoten de deling van de vermogensvermeerdering vorderen en kan ieder der echtgenoten tot de beschrijving van zijn vermogen overgaan en vorderen dat het vermogen van de andere echtgenoot wordt beschreven”. Uit de overeenkomst van huwelijkse voorwaarden volgt dat bij het einde van het huwelijk de beschrijving van beide eindvermogens, de bepaling van de stamvermogens en deling van het vermogen kan worden gevorderd. Beide partijen hebben dat nagelaten. Er is echter geen termijn gesteld in de overeenkomst van huwelijkse voorwaarden wanneer de vordering rentedragend wordt. Nu de vrouw eerst een beroep doet op de wettelijke rente bij memorie van antwoord acht het hof het redelijk en billijk dat eerst vanaf die datum en wel vanaf 23 oktober 2012 het verzuim intreedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa4c79a3e7b9168d3908c8a495c9c513c96623b2753a9217839892eb7ff4a6f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa4c79a3e7b9168d3908c8a495c9c513c96623b2753a9217839892eb7ff4a6f7, en de alinea staat in dat document op bytes 34099 tot 35030.