Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 maart 2015
Alinea 77 Gerechtshof Den Haag 24 maart 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1669.
33. Het hof overweegt als volgt. Uit de stukken volgt dat dit woonhuis partijen in mede-eigendom toebehoort. Dit woonhuis moet worden verdeeld. In het kader van de verdeling zal het woonhuis moeten worden verkocht, nu de bank niet bereid is de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. Voor de waardering in het kader van de verdeling dient uitgegaan te worden van de datum van de feitelijke verdeling. In dit geval zal er geen sprake zijn van een toedeling aan een van partijen, omdat de woning zal worden verkocht. Gezien de periode waarin de woning is aangekocht, de hoogte van de hypothecaire geldleningen, en de waardedaling van het woonhuis in de afgelopen jaren, bestaat er een aanmerkelijk risico dat er een aanzienlijke restschuld zal resteren. Voor deze restschuld zijn beide partijen gelijkelijk draagplichtig. Naar het oordeel van het hof zijn er geen zeer bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken die rechtvaardigen dat van een gelijke draagplicht moet worden afgeweken. Beide partijen zijn debet aan de lange duur van de financiële afwikkeling – verdeling had door ieder van hen te allen tijde kunnen worden gevorderd - en beide partijen zijn destijds gezamenlijk de financiële verplichting en daarmee het risico aangegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa4c79a3e7b9168d3908c8a495c9c513c96623b2753a9217839892eb7ff4a6f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa4c79a3e7b9168d3908c8a495c9c513c96623b2753a9217839892eb7ff4a6f7, en de alinea staat in dat document op bytes 19291 tot 20568.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa4c79a3e7b9168d3908c8a495c9c513c96623b2753a9217839892eb7ff4a6f7 | shasum -a 256