Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 juli 2015
Alinea 63 Gerechtshof Den Haag 7 juli 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1896.
15. Voor het geval de in de brief van 13 augustus 2014 genoemde termijn niet zou voldoen aan de norm van artikel 6:96 lid 6 BW, heeft Infomedics subsidiair nog het volgende aangevoerd. Na deze brief is op 2 september 2014 nog een brief aan [geïntimeerde] gestuurd waarin haar nogmaals een termijn is gegeven om de vordering te voldoen. Materieel heeft [geïntimeerde] derhalve in totaal negentien dagen gehad om de vordering zonder verschuldigdheid van incassokosten te voldoen, getuige het feit dat de incassokosten pas op 2 september daadwerkelijk in rekening zijn gebracht. Dat betekent dat feitelijk meer dan de vereiste veertien dagen de mogelijkheid heeft bestaan voor [geïntimeerde] om de vordering zonder verschuldigdheid van incassokosten te voldoen. Daarmee is voldaan aan de doelstelling van artikel 6:96 lid 6 BW, te weten dat een schuldenaar veertien dagen de tijd krijgt om de vordering zonder verschuldigdheid van incassokosten te voldoen, aldus nog steeds Infomedics.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96ed9ba270b7f366e6dcbea196c16a05fa77bed003647d387a788f86911e3a01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96ed9ba270b7f366e6dcbea196c16a05fa77bed003647d387a788f86911e3a01, en de alinea staat in dat document op bytes 20153 tot 21152.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96ed9ba270b7f366e6dcbea196c16a05fa77bed003647d387a788f86911e3a01 | shasum -a 256