Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Alinea 56 Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2002.

De verwijzing naar artikel 30 IVRK heeft in dit verband geen toegevoegde waarde, omdat in dat artikel de verplichting voor de overheid is neergelegd een kind behorend tot een (taal)minderheid het gebruik van zijn eigen taal niet te ontzeggen . De verplichting onderwijs van de moedertaal aan te bieden is in dat artikel niet te lezen. Het hof kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ook niet de visie van Hollanda c.s. delen dat onderwijs van een niet-Nederlandse moedertaal een “evidente ondersteuning (vormt) voor het kind om zich te kunnen vereenzelvigen met de (Nederlandse) samenleving” en dat op die grond een verplichting voor de Staat bestaat om in dergelijk onderwijs te voorzien, nog daargelaten dat het aan de wetgever is om deze afweging te maken. Grief 2 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad782647d4a9c0147ce956f5a3e8888331705bd88c8f3f0758a16b30c093e16e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad782647d4a9c0147ce956f5a3e8888331705bd88c8f3f0758a16b30c093e16e, en de alinea staat in dat document op bytes 18059 tot 18890.