Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015
Alinea 68 Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2002.
27. In grief 11 stellen Hollanda c.s. dat de rechtbank ten onrechte geen prejudiciële vragen heeft gesteld met betrekking tot de vraag of de Richtlijn op hen (naar het hof begrijpt: de groepen voor wier rechten zij opkomen) van toepassing is. Nu de Richtlijn daarover zelf duidelijk is, bestaat er voor het stellen van een prejudiciële vraag geen ruimte. Iets anders is of, wanneer de richtlijn niet van toepassing is op diegenen wier belangen Hollanda c.s. behartigen, en wel van toepassing is op anderen én de Staat vervolgens een voorziening treft waarop kinderen van EU-migranten wél en kinderen van Turkse migranten geen aanspraak kunnen maken, er sprake kan zijn van ongeoorloofde discriminatie. Ook die vraag kan evenwel, zoals hierboven is overwogen, worden beantwoord zonder het stellen van prejudiciële vragen. Grief 11 faalt dus ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad782647d4a9c0147ce956f5a3e8888331705bd88c8f3f0758a16b30c093e16e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad782647d4a9c0147ce956f5a3e8888331705bd88c8f3f0758a16b30c093e16e, en de alinea staat in dat document op bytes 25378 tot 26279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad782647d4a9c0147ce956f5a3e8888331705bd88c8f3f0758a16b30c093e16e | shasum -a 256