Citaat | Gerechtshof Den Haag 29 juli 2015

Onder 3.27. Gerechtshof Den Haag 29 juli 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 29 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2118.

Naar aanleiding van terechte vragen van de fracties van PvdA en CDA over hoe het precies zit tussen de exploitant en de mede-exploitant, kan ik het volgende opmerken. In de exploitatieovereenkomst die, naar mij is verteld als standaard wordt gebruikt, staat in artikel 11, lid 1b: "Deze overeenkomst eindigt indien de exploitatie naar oordeel van de exploitant onrendabel is en hij afziet van de plaatsing van vervangende speelautomaten." Er is niet eens sprake van verliesgevend; als de exploitatie verliesgevend is, zal ze in ieder geval onrendabel zijn, maar als een bepaalde plaatsing niet voldoet aan de eisen die aan de rentabiliteit ervan gesteld zijn – het kan dus zelfs om een winstgevende exploitatie gaan, maar dan een onvoldoende winstgevende – eindigt de overeenkomst kennelijk ook al. In een dergelijk contract heeft de exploitant geen enkele verplichting jegens de mede-exploitant om een onrendabele exploitatie te laten voortbestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72eec73b04201bb52ad125e291767676a8c4d0ab330256b3157ebebbdb8fec50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72eec73b04201bb52ad125e291767676a8c4d0ab330256b3157ebebbdb8fec50, en de alinea staat in dat document op bytes 70493 tot 71459.