Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 juli 2015

Alinea 72 Gerechtshof Den Haag 14 juli 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2195.

16. Het hof overweegt als volgt. In punt 144 van zijn memorie van antwoord geeft [erfgenaam twee] de grondslag van zijn vordering weer. [erfgenaam twee] baseert zijn vordering op artikel 3:194 lid 2 BW. Op grond van artikel 3:194 lid 2 BW verbeurt een deelgenoot die opzettelijk een tot de gemeenschap behorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt zijn aandeel in dat goed aan de andere deelgenoten. In dit geval is er één andere deelgenoot ten gevolge waarvan het aandeel van [erfgenaam een] in de vordering is verbeurd aan [erfgenaam twee] . De wijze waarop [erfgenaam twee] het verbeurde aandeel verkrijgt, is een verkrijging onder bijzondere titel die valt onder de overige wijzen van rechtsverkrijging als bedoeld in artikel 3:80 lid 3 BW. Doordat het aandeel is verbeurd aan [erfgenaam twee] , is [erfgenaam twee] de enige rechthebbende geworden op de vordering wegens onverschuldigde betaling. Met andere woorden [erfgenaam twee] oefent jegens [erfgenaam een] een eigen recht uit. De grieven treffen geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8b64fc771770f80dc8310a71039025796c67c53b92baa4203de368e32744548. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8b64fc771770f80dc8310a71039025796c67c53b92baa4203de368e32744548, en de alinea staat in dat document op bytes 19788 tot 20829.