Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 september 2015

Onder 1.12 Gerechtshof Den Haag 8 september 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2342.

8. Voor de vraag of [geïntimeerde] zich erop kan beroepen dat het overleggen van een deskundigenoordeel in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd (artikel 7:629a lid 2 BW), acht het hof in elk geval de in rov. 3.4.3 van het verwijzingsarrest genoemde omstandigheden van belang (hiervoor aangehaald in rov. 5 onder (3) sub i-iv). Op grond van deze omstandigheden is het hof van oordeel dat het overleggen van een deskundigenoordeel in redelijkheid niet van [geïntimeerde] kan worden gevergd. Aan dat oordeel doet niet af hetgeen Connexxion heeft aangevoerd ten betoge dat [geïntimeerde] zich niet op de uitzondering van artikel 7:629a lid 2 BW kan beroepen (memorie van antwoord na verwijzing, nrs. 15-18 en 19-21). Voor het aannemen van een uitzondering is niet vereist dat een objectieve legitimering bestaat voor het ontbreken van een deskundigenoordeel. Om die reden is dan ook niet doorslaggevend dat het aanvraagformulier voor het verkrijgen van het deskundigenoordeel onvolledig was ingevuld en om die reden door het UWV is geretourneerd. Ook als juist zou zijn dat [geïntimeerde] de geretourneerde aanvraag had kunnen aanvullen, doet dat er niet aan af dat van hem in redelijkheid niet gevergd kon worden alsnog een deskundigenoordeel aan te vragen, nadat hij kennis had gekregen van de rapporten van [de algemeen verzekeringsarts] en het rapport van [de bezwaarverzekeringsarts] . Vaststaat dat beide deskundigen als (bezwaar)verzekeringsarts in dienst zijn van het UWV. Verder valt niet in te zien dat de rapportage van [de algemeen verzekeringsarts] van 5 september 2007 niet (mede) kan dienen ter beoordeling van de vraag of [geïntimeerde] in juli 2007 in staat was om de aangeboden vervangende werkzaamheden te verrichten. [de algemeen verzekeringsarts] heeft [geïntimeerde] immers op 5 september 2007 gezien en geoordeeld dat nog niet duidelijk was wat precies diens medische beperkingen waren, omdat de daarvoor benodigde gegevens van de behandelende sector toen nog ontbraken. Daarom kon op dat moment ook nog niet worden toegekomen aan een arbeidskundig oordeel over de passendheid van de door Connexxion aangeboden vervangende werkzaamheden. In juli 2007 was de situatie niet anders. Daarbij komt dat [de algemeen verzekeringsarts] , toen hij in maart 2008 wel beschikte over de benodigde informatie van de behandelende sector, een FML heeft opgemaakt en in zijn rapport van 21 maart 2008 heeft geoordeeld dat “de huidige beperkingen (FML) (…) toen (op 6 maart 2007, dus ook in juli 2007, hof) ook al (golden, hof)”. Het maakt daarbij niet uit dat het rapport van [de algemeen verzekeringsarts] van 21 maart 2008 niet door [geïntimeerde] maar door Connexxion is overgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ff604335d9e124a5699ad5bdce120fe23a2291bb493137768964b5ef951b6b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ff604335d9e124a5699ad5bdce120fe23a2291bb493137768964b5ef951b6b6, en de alinea staat in dat document op bytes 27844 tot 30566.