Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 september 2015

Onder 4.2. Gerechtshof Den Haag 15 september 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2438.

Met grief I bestrijdt [appellante] het oordeel van de kantonrechter dat het beroep op verjaring slaagt met de stelling dat het bepaalde in artikel 3:310 lid 2 BW en het daarop gebaseerde verjaringsverweer, in strijd komen met artikel 6 § 1 van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). [appellante] bepleit de toepassing van de ‘manifestatieleer’ op grond waarvan verjaring “eerst een aanvang neemt op het moment dat de gelaedeerde op objectieve wijze kennis heeft kunnen nemen van bij hem geconstateerde letselschade”. In dat verband verwijst [appellante] naar het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Moor c.s./Zwitserland (zaaknummers 52067/10 en 41072/11). Mocht het hof niet reeds dadelijk de conclusie trekken dat op grond van genoemd arrest van het EHRM het door Maersk gedane beroep op verjaring geen stand houdt, dan nodigt [appellante] het hof uit aan de Hoge Raad een prejudiciële vraag te stellen. Met die vraag zou duidelijkheid verkregen moeten worden over de houdbaarheid van artikel 3:310 lid 2 BW in het licht van het zojuist genoemde arrest van het EHRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fdeea965f50e40a40c8e0cde5b247aa7e2ef5f04d840c81f3aef2e94f4a7b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fdeea965f50e40a40c8e0cde5b247aa7e2ef5f04d840c81f3aef2e94f4a7b32, en de alinea staat in dat document op bytes 13629 tot 14825.