Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015
Alinea 65 Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:255.
1.14 EOO heeft de vorderingen bestreden, in de eerste plaats door een beroep te doen op het feit dat in het Protocol aan haar immuniteit van jurisdictie is verleend. De voorzieningenrechter heeft het beroep op immuniteit van jurisdictie verworpen, maar de vordering afgewezen. Hij overwoog daartoe, kort samengevat, het volgende. Niet in geschil is dat de werkzaamheden van EOO die verband houden met het geschil dat thans voorligt, officiële werkzaamheden van de EOO zijn in de zin van art. 3 Protocol. Op de aldus aan EOO verleende immuniteit kan echter een uitzondering worden gemaakt, onder meer indien aan belanghebbende geen redelijk alternatief voor het effectief inroepen van zijn rechten onder het EVRM ter beschikking staat. De situatie dat EOO wordt gedwongen zich te onderwerpen aan nationaal arbeidsrecht doet zich in dit geval niet voor, VEOB c.s. beroepen zich op in internationale verdragen erkende fundamentele rechten. Het oordeel van het EHRM inzake Mothers of Srebrenica/Netherlands had betrekking op de Verenigde Naties (VN). Het in die zaak uitgesproken oordeel dat aan de VN absolute immuniteit toekomt is niet van toepassing op EOO. De aan EOO toegekende immuniteit van jurisdictie dient een legitiem doel. VEOB c.s. hebben geen toegang tot de rechtsgang bij het ILOAT. De beperking op toegang tot de rechter die het gevolg is van de verleende immuniteit is niet proportioneel. Dit betekent dat het beroep op immuniteit van EOO wordt verworpen. VEOB c.s. kunnen in dit geding ook zelfstandig optreden en zijn ontvankelijk in hun vorderingen. VEOB c.s. hebben hun spoedeisend belang bij de vorderingen die betrekking hebben op het stakingsrecht voldoende aannemelijk gemaakt. Het spoedeisend belang bij de vorderingen te worden erkend en toegelaten als onderhandelingspartner hebben VEOB c.s. echter onvoldoende onderbouwd. Dit betekent dat de vorderingen die betrekking hebben op het stakingsrecht inhoudelijk moeten worden beoordeeld. Art. 8 EOV waarborgt het functioneren van EOO als geheel. VEOB c.s. beogen met hun vorderingen deze bepaling te doorbreken. Toewijzing van de vorderingen zou immers een versplintering van EOO tot gevolg hebben, in die zin dat in Nederland andere regelgeving moet worden toegepast dan in andere deelnemende lidstaten. Daarmee wordt het wezen van de immuniteit aangetast. Gesteld noch gebleken is dat VEOB c.s. zich met hun vorderingen niet tot de centrale organisatie kunnen richten. Dit leidt er toe dat de vorderingen zullen worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/077b6e127fba21bc38d04a367fcc31bf2f4ee78e6f53d7025b0ef86973d0a8a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 077b6e127fba21bc38d04a367fcc31bf2f4ee78e6f53d7025b0ef86973d0a8a9, en de alinea staat in dat document op bytes 16772 tot 19324.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/077b6e127fba21bc38d04a367fcc31bf2f4ee78e6f53d7025b0ef86973d0a8a9 | shasum -a 256