Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Alinea 87 Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:255.

3.16 Het hof begrijpt het beroep van EOO op de twee in Duitsland aanhangige bodemzaken tussen EOO en (in één geval onder meer) SUEPO zo, dat EOO wil aanvoeren dat nu in die Duitse procedures geen spoedeisend belang bestaat, hetzelfde in Nederland moet gelden (zie pleitnota mr. Den Dekker in eerste aanleg onder 61). Dit betoog faalt. De door VEOB c.s. in deze procedure ingestelde vorderingen moeten wat betreft spoedeisendheid op hun eigen merites worden beoordeeld. Het feit dat elders een bodemzaak aanhangig is gemaakt, staat aan het aannemen van spoedeisendheid in dit geding niet in de weg. Dat VEOB c.s. in wezen zouden vragen om een declaratoire uitspraak is bovendien onjuist. De vorderingen van VEOB c.s. houden een dergelijke vordering niet in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/077b6e127fba21bc38d04a367fcc31bf2f4ee78e6f53d7025b0ef86973d0a8a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 077b6e127fba21bc38d04a367fcc31bf2f4ee78e6f53d7025b0ef86973d0a8a9, en de alinea staat in dat document op bytes 39014 tot 39785.