Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 juli 2015

Alinea 82 Gerechtshof Den Haag 28 juli 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2562.

22. Het hof overweegt als volgt met betrekking tot de waarde van de percelen grond. Zoals het hof hiervoor al heeft overwogen dient bij de bepaling van de omvang van de gemeenschap van goederen van partijen eveneens rekening te worden gehouden met de economische werkelijkheid. Dat de vrouw ook zichzelf bewust is geweest van de economische realiteit volgt uit haar memorie van antwoord. Uit punt 17 van de memorie van antwoord blijkt het volgende. De advocaat van de vrouw is er in de inleidende dagvaarding nog van uit gegaan dat de onroerende zaken in de gemeenschap van goederen van de vrouw met de man waren gevallen. De advocaat van de vrouw was in deze veronderstelling omdat de huisnotaris van partijen ter gelegenheid van de verkoop van de laatste echtelijke woning van partijen in december 2003 de netto opbrengst van de woning tussen partijen gelijkelijk had verdeeld en zij niet op de hoogte was van het bestaan van de twee testamenten van de ouders van de vrouw. De vrouw zelf vond de gelijke verdeling door de notaris van de opbrengst van de woning op dat moment, in december 2003, op zich wel begrijpelijk. Ieder van hen had in dat jaar (2003) een woning gekocht en had daarvoor geld nodig. Bovendien was er nog geen sprake van een formele echtscheidingsprocedure maar woonden partijen sinds 2003 feitelijk niet langer samen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f1adeca1ded1bab18adf78e09ff5f13b8812d68d968e288b8a821369e014902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f1adeca1ded1bab18adf78e09ff5f13b8812d68d968e288b8a821369e014902, en de alinea staat in dat document op bytes 23719 tot 25109.