Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 september 2015

Onder 8.9. Gerechtshof Den Haag 7 september 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2613.

Het Hof is van oordeel dat de wetgever aan de term “houden” in artikel 226 van de Gemeentewet geen andere betekenis heeft willen geven dan die welke deze term in het civiele recht heeft. Het bepaalde in artikel 2 van de Verordening geeft het Hof geen aanleiding om te veronderstellen dat de gemeentelijke wetgever heeft gekozen voor een beperktere reikwijdte van de termen “houden” en “houder” in artikel 2 van de Verordening dan die welke uit het civiele recht en, gelet op het hetgeen in de voorgaande volzin is overwogen, uit artikel 226 lid 1 van de Gemeentewet volgt. Tot het geven van een ruimere reikwijdte aan het de termen “houden” en “houder” dan die welke daaraan in het civiele recht en in de Gemeentewet is gegeven, is de gemeentelijke wetgever niet bevoegd omdat hij dan de belastingplicht voor de hondenbelasting zou uitbreiden buiten de daaraan in artikel 226 van de Gemeentewet gestelde grenzen. Derhalve kan het bepaalde in artikel 2 lid 2 van de Verordening niet ertoe leiden dat een persoon die in civielrechtelijke zin geen houder van een hond is, voor de heffing van de hondenbelasting als houder van de hond wordt aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae9b5b936d54429527e9cb03bc7e46b11438b364fbf724af71818b09b370760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae9b5b936d54429527e9cb03bc7e46b11438b364fbf724af71818b09b370760, en de alinea staat in dat document op bytes 31627 tot 32809.