Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:280.

Zoals Rijnland naar voren heeft gebracht onder 3.22 en 3.23 MvAnV en door [appellant] niet is betwist (zie punt 4.19 AE) verleende het Delegatiebesluit Rijnland 2005 het DB van Rijnland de bevoegdheid ingebruikgevingen als de onderhavige te beëindigen. De brief van 25 januari 2010 is namens de dijkgraaf en de hoogheemraden ondertekend door de dijkgraaf, die de voorzitter van het DB is. Op grond van artikel 94 lid 3 Waterschapswet ondertekent de voorzitter alle stukken die van het DB uitgaan. [appellant] heeft de echtheid van de onder de brief van 25 januari 2010 bij ‘Dijkgraaf’ geplaatste handtekening niet betwist. Nu gelet op dit een en ander moet worden aangenomen dat de voorzitter van het DB deze brief namens het DB heeft ondertekend, had de stelling van [appellant] dat deze brief niet op een besluit/de wil van het DB berustte, een nadere toelichting behoefd, die evenwel ontbreekt. Die stelling wordt daarom wegens onvoldoende onderbouwing gepasseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa838df4facb5af85a52364b492841047a94218315261027dbd116b1836d610. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa838df4facb5af85a52364b492841047a94218315261027dbd116b1836d610, en de alinea staat in dat document op bytes 21136 tot 22124.