Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Onder 4.3 Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:280.

De brief van 25 januari 2010 behelst een de opzegging van een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan. Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is (zie o.m. HR 28-10-2011, ECLI:NL:HR:BQ9854 ‘ De Ronde Venen ’). Wanneer hier sprake zou zijn van huur, zoals [appellant] stelt, dan is dat niet anders, zie artikel 7:228 BW, waarbij opmerking verdient dat het voorschrift van lid 2 van dit artikel, dat voor opzegging een termijn van tenminste een maand moet worden gehanteerd, in de brief van 25 januari 2010 in acht is genomen. Verder is van belang dat Rijnland privaatrechtelijke bevoegdheden als opzegging niet mag uitoefenen in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht (artikel 3:14 BW) en dat hij, gezien ook artikel 3.1 lid 2 Awb, daarbij dus tevens rekening dient te houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 lid 2 Awb en het motiveringsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa838df4facb5af85a52364b492841047a94218315261027dbd116b1836d610. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa838df4facb5af85a52364b492841047a94218315261027dbd116b1836d610, en de alinea staat in dat document op bytes 22203 tot 23290.