Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Onder 4.9 Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:280.

[appellant] had de door hem gestelde nadelige gevolgen van de 2010-Opzegging (het moeten verwijderen van de steiger en het beëindigen van het gebruik daarvan) kunnen voorkomen door in te stemmen met de hem aangeboden nieuwe gebruiksovereenkomst, waarbij van hem slechts een tamelijk geringe vergoeding werd gevraagd, met een alleszins redelijke overgangsregeling (zie rov. 1.a in fine ), en die geen onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling vormde (rov. 3.3). Aan die nadelige gevolgen kan bovendien geen groot gewicht worden gehecht, in aanmerking nemend dat [appellant] sedert 1998 de steiger zonder geldelijke tegenprestatie heeft kunnen gebruiken en hij dus langdurig profijt heeft gehad van de door hem daarin gedane investering. Bij deze stand van zaken kan niet worden gezegd dat – zoals [appellant] in dit verband voorts heeft aangevoerd (o.m. grief 3 en blz. 21 AE) – de 2010-Opzegging (en/of het 2006-Beleid waarop deze was gebaseerd) niet voldeed aan de evenredigheidseis van artikel 3:4 lid 2 Awb of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa838df4facb5af85a52364b492841047a94218315261027dbd116b1836d610. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa838df4facb5af85a52364b492841047a94218315261027dbd116b1836d610, en de alinea staat in dat document op bytes 33531 tot 34738.