Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Onder 4.8 Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:281.

FHG heeft haar grief 2 in de derde plaats geadstrueerd met een redenering (zie punt 31 MvG), die door het hof aldus wordt begrepen dat alleen het door Fraanje gelegde beslag de in de slotzinsnede van artikel 3:36 BW bedoelde ‘handeling’ vormt, en dat de executie van het door dat beslag getroffen actief een latere, na de ontdekking van de onjuistheid van artikel 6 NAA verrichte, handeling is die niet door de sanctie van artikel 3:36 BW wordt getroffen. Hierbij heeft FGH gewezen op de volgende passage uit PG, boek 3, blz. 179 (over artikel 3.2.3a = artikel 3:36 BW), met tussen haakjes een toevoeging van de kant van FGH:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e75f2ce45a062e5f28c23ec2258704d31043808e43dbf4357c8b85125ab77642. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e75f2ce45a062e5f28c23ec2258704d31043808e43dbf4357c8b85125ab77642, en de alinea staat in dat document op bytes 31064 tot 31706.