Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Alinea 179 Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:282.

Zoals reeds in het kader van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte onder II is overwogen, is het hof van oordeel dat de verdachte ten tijde van het afnemen van de schiethanden als getuige werd aangemerkt. De artikelen 61a en 62a Sv waren derhalve niet van toepassing bij de afname van de schiethanden. Verder is gesteld noch gebleken dat de verdachte op enig moment bezwaar heeft gemaakt of had willen maken tegen de afname van schiethanden. Ook anderszins is niet aannemelijk geworden dat dit tegen zijn wil in is gebeurd. Het hof verwijst naar hetgeen hierover eerder in dit arrest is overwogen. Ook is niet aannemelijk geworden dat de verdachte zozeer verward was dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen omtrent het afnemen van de schiethanden. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat er enige tijd verstreken is tussen het veiligstellen van de schiethanden en het afnemen daarvan en uit het dossier geen dan wel onvoldoende aanwijzingen naar voren komen dat de verdachte ten tijde van het afnemen van de schiethanden nog verward was. Het hof is derhalve van oordeel dat de afname van schiethanden op rechtmatige wijze is geschied en dat de resultaten die uit de afname zijn verkregen kunnen worden gebezigd voor het bewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba, en de alinea staat in dat document op bytes 77532 tot 78822.