Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Alinea 222 Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:282.

Wanneer de politie ter plaatse komt treffen zij op de parkeerplaats onder meer de getuige [schoondochter] aan. Zij is de schoondochter van de verdachte en het slachtoffer. Zij heeft verklaard dat de verdachte haar die avond meermalen heeft gebeld, naar later blijkt om 20:20, 20:29, 20:34 en 20:42 uur, en dat hij toen erg overstuur was. Uiteindelijk begreep [schoondochter] dat de verdachte in Simonshaven was op de plek waar zij en het slachtoffer vaak de hond uitlieten. Hierop is zij samen met [zoon A], de zoon van de verdachte en het slachtoffer, naar Simonshaven gereden. Aldaar aangekomen zag zij dat de verdachte stond te zwaaien aan het begin van de parkeerplaats. Zij zag dat het hoofd van de verdachte bloedde en dat hij een bult op zijn hoofd had. Nadat zij was uitgestapt en zich over de verdachte had ontfermd, vertelde deze haar dat een man uit de bosjes was gesprongen die hem op het hoofd had geslagen en dat hij haar schoonmoeder had zien liggen nadat hij was bijgekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba, en de alinea staat in dat document op bytes 96721 tot 97724.