Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Alinea 258 Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:282.

Voor wat betreft het “geritsel” dat nabij de plaats delict door twee verbalisanten is waargenomen toen zij de plaats delict aan bewaken waren, overweegt het hof dat de verbalisanten dit geritsel eerst enige tijd na het plegen van het delict hebben gehoord. Op grond van het tijdsverloop vóór de aankomst van de verbalisanten op de plaats delict en de werkzaamheden die zij nog hebben verricht voordat zij belast werden met de bewaking van de plaats delict, komt het hof tot de conclusie dat na het delict minimaal een uur maar mogelijk langere tijd is verstreken voordat de verbalisanten het geluid hebben gehoord. Voorts acht het hof het van belang dat op de avond van het delict en ook daarna niet duidelijk is geworden waardoor dit geluid is veroorzaakt. Verbalisant [verbalisant 1] verklaart daaromtrent bij de raadsheer-commissaris (p. 2) dat ze iets hoorde verplaatsen dat zwaarder dan een konijn was. Het zou een groot dier kunnen zijn. [verbalisant 1] dacht echter dat er een persoon zat. Verbalisant [verbalisant 2] is eveneens bij de raadsheer-commissaris gehoord en verklaart hieromtrent dat het kan zijn dat er iemand gelegen heeft, of een appel is gevallen of een zwijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba, en de alinea staat in dat document op bytes 113074 tot 114276.