Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Alinea 259 Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:282.

De gedachte dat zich op dat tijdstip nog een onbekende persoon in het bos zou bevinden, is -ook niet nadat een (beperkt) onderzoek met een warmtecamera was ingesteld- verder niet door middel van enige visuele waarneming bevestigd. Het staat derhalve naar het oordeel van het hof geenszins vast dat het gehoorde “geritsel” daadwerkelijk was veroorzaakt door een mens. Andere mogelijkheden blijven open. Zelfs indien veronderstellingerwijs zou worden aangenomen dat zich een persoon in het bos heeft bevonden, zijn er gelet op de resultaten van de forensische onderzoeken en het ontbreken van verdere visuele waarnemingen, onvoldoende aanwijzingen dat deze onbekende persoon bij het ten laste gelegde delict betrokken is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba, en de alinea staat in dat document op bytes 114341 tot 115086.