Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Alinea 281 Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:282.

De verdachte heeft ook verklaard dat hij toen hij, nadat hij was neergeslagen, weer overeind kwam, zijn vrouw naast zich zag liggen, maar dat zij niet reageerde. De verdachte verklaart dan dat hij op dat moment “niets bijzonders aan haar heeft gezien.” Gezien het massieve letsel en de grote hoeveelheid bloed die bij het aantreffen bij en rond het slachtoffer is geconstateerd, kan het hof deze verklaring niet anders kwalificeren dan als ongeloofwaardig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba, en de alinea staat in dat document op bytes 122600 tot 123073.