Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Alinea 42 Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:282.

Door de officier van justitie is op 14 december 2012 hoger beroep ingesteld tegen het eindvonnis met parketnummer 10-710127-09. Blijkens de op 28 december 2012 door de officier van justitie ingediende appelmemorie is het hoger beroep niet gericht tegen de gegeven vrijspraak van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde. Evenmin heeft de advocaat-generaal gedurende de behandeling in hoger beroep mondeling bezwaren opgegeven tegen de gegeven vrijspraken dan wel anderszins een standpunt ingenomen ter zake van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde in hoger beroep. Daarom zal de officier van justitie, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover het betreft de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec8cc7ea2a1c2f056e0522772a2bcad50e2f3c0cad6f46c15fcdbe16c63d34ba, en de alinea staat in dat document op bytes 13405 tot 14340.