Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Onder 1.2.2 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2859.

De Hoge Raad heeft vervolgens op 26 juni 2012 een tussenarrest gewezen. De reden daarvoor vormde de vermelding in paragraaf 8.2.1 van de vordering tot herziening, voor zover inhoudende dat ‘geen van de drie vrouwen ook maar enige belangstelling heeft getoond voor een herziening van hun veroordelingen’. De Hoge Raad achtte het tegen die achtergrond van belang ten aanzien van elk van de zes verdachten te kunnen vaststellen dat een herzieningsprocedure niet tegen hun wil in zou gaan en wenste dienaangaande nader te worden geïnformeerd. Naar aanleiding van het op 26 juni 2012 uitgesproken tussenarrest heeft de advocaat-generaal een schriftelijke aanvulling op zijn vordering overgelegd. In deze aanvulling wordt geconcludeerd dat, blijkens navraag bij de drie vrouwelijke verdachten, de vordering tot herziening niet tegen de wil van deze veroordeelden ingaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777, en de alinea staat in dat document op bytes 13817 tot 14712.